2. Zindelijkheidsproblemen

Kinderen met zindelijkheidsproblemen hebben herhaaldelijk last van ongelukjes. Het kan zijn dat je kind bijvoorbeeld poept of plast in bed of kleding. Sommige kinderen doen dit met opzet, maar het kan ook zijn dat dit per ongeluk gaat. Bij jonge kinderen hoort dit nog bij het ontwikkelingsniveau, maar vanaf 4 a 5 jaar kan dit een probleem opleveren. Een natte of vieze broek brengt een kind in verlegenheid en roept ook een reactie van de omgeving op. Zindelijkheidsproblemen zijn snel emotioneel beladen. Als je kind last heeft van deze klachten kan het een negatieve invloed hebben op school, sociaal gebied of op andere vlakken.

Heel wat factoren kunnen een invloed hebben op het zindelijk worden van het kind. Zo kan het kind een bepaalde spanning ervaren, angstig zijn voor de wc of heeft het door een druk dagschema weinig aandacht voor regelmaat. Het is belangrijk om na te gaan wat de oorzaken zouden kunnen zijn. Zo kunnen bepaalde situaties beter begrepen worden of bepaalde factoren aangepakt en veranderd worden. Daar kan therapie mogelijk bij helpen.

Soms komt het ook voor dat de oorzaak niet bekend is, dan wordt er een klacht specifieke behandeling ingezet. Bij zindelijkheidsproblematiek wordt er vaak gebruik gemaakt van cognitieve gedragstherapie. In het traject wordt de ouder veel betrokken door middel van ouderbegeleiding en/of gezamenlijke gesprekken met het kind. Een groot onderdeel van de therapie is het doen van opdrachten thuis.