5. Behandeling eetstoornis

Als je een eetstoornis hebt, weet je vaak al wel dat er iets niet klopt. Je bent echter niet snel geneigd om hulp te zoeken. Veel jongeren doen dat pas als anderen zich erg zorgen gaan maken, of als ze echt merken vast te lopen in hun dagelijks functioneren. Een behandeling bij een psycholoog kan alleen plaatsvinden als dat ook medisch gezien verantwoord is. Dit betekent dat je gewicht hoger dient te zijn dan een BMI van 17. 

Bij de behandeling van een eetstoornis zal de behandelaar, in overleg met de jou en jouw ouders, een diëtist en de huisarts of kinderarts inschakelen. Wanneer er sprake is van (morbide) obesitas kan ook samenwerking met een fysiotherapeut worden overwogen.

Volgens de landelijke richtlijnen is de voorkeursbehandeling bij eetstoornissen gebaseerd op Cognitieve gedragstherapie (CGT) of Interpersoonlijke psychotherapie (IPT). Bij ernstige/complexe eeststoornissen zal een consult bij de kinder- en jeugdpsychiater overwogen worden.

Onderdelen behandeling

De volgende items zullen bij een behandeling van een eetstoornis aan de orde komen. Deze items zijn opgesteld aan de hand van de landelijke richtlijnen voor eetstoornissen en obesitas.

  • Psycho-educatie – je ontvangt voorlichting over de oorzaken van een eetstoornis, de gevolgen en de prognose;
  • Motivatie – om een behandeling succesvol te laten zijn, is het heel belangrijk dat je je gemotiveerd voelt om jouw eetgedrag te veranderen en dit vol te houden. In de eerste fase zal je dan ook gesprekken voeren met jouw behandelaar en worden motivatieoefeningen gedaan. Het is nodig dat je bewust bent van de positieve en negatieve kanten van jouw gedrag en van de voor- en nadelen van het te veranderen gedrag, voordat je naar de volgende fase gaat;
  • Zelfcontrole en normaliseren van het eet- en beweegpatroon - met behulp van informatie uit de intake en eventueel registratieopdrachten, leer je zelfcontrole toe te passen. De technieken die je leert, worden toegepast op het veranderen van het eet- en beweegpatroon, eventuele andere compensatievormen (braken, laxeren, enz.) en het omgaan met moeilijke situaties;
  • Zelfwaardering en lichaamswaardering - mensen met een eetstoornis hechten vaak overmatig veel betekenis aan hun uiterlijk. Voorbeelden hiervan zijn gedachten als: “Als ik niet zo dik was, zouden mensen mij wel aardig vinden”, “Als ik er anders uit zou zien, zou ik wel gelukkig zijn”, “Mensen zullen mij dom vinden om hoe ik eruit zie”. Tijdens de behandeling gebruiken we meerdere technieken om jouw zelfwaardering te verbeteren (o.a. door het gebruik van cognitieve gedragstherapie);
  • Aandacht voor sociaal functioneren en sociale vaardigheden (optioneel) - vaak is er bij jongeren met een eetstoornis sprake van verminderde sociale contacten, wat leidt tot eenzaamheid en sociale isolatie. Tijdens de behandeling wordt daarom ook aandacht besteed aan sociale activering; bij obesitas kan dit bijvoorbeeld bewegen in groepsverband zijn en/of andere sociale activiteiten. Er is aandacht voor eventuele sociale angst en een assertiviteitstraining kan onderdeel van de behandeling zijn.