7. Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Grootheidswaan

De term 'narcisme' vindt zijn oorsprong in Sigmund Freud's psychoanalyse. De term is ontleend aan de Griekse mythe over Narcissus, een man zo vervuld van eigenliefde dat hij wegkwijnde voor zijn spiegelbeeld tot de dood erop volgde. Nog steeds wordt deze benaming gebruikt voor iemand die zich verheven voelt boven anderen: de narcist. Eigenlijk heeft iedereen een licht narcistische inslag, iets wat niet per se negatief is. Maar waar ligt de grens tussen ‘gezond narcisme’ en een stoornis? In de psychiatrie spreken we pas van een narcistische persoonlijkheidsstoornis als grootheidswaan en egoïsme voortdurend en overheersend zijn in het karakter. Hierdoor lijdt niet alleen de narcist zelf, maar ook zijn omgeving.

Kenmerken van een narcistische persoonlijkheidsstoornis

Een narcist vertoont minstens 5 van de volgende kenmerken:

  • bovenmatige behoefte aan erkenning, aandacht en bewondering (of bevreesd en berucht willen zijn);
  • het overdrijven van de eigen prestaties (talenten, kennis, contacten, persoonlijke eigenschappen);
  • een hooghartige (arrogante) houding;
  • het in de ban zijn van fantasieën over macht, rijkdom, succes, schoonheid of de ideale liefde;
  • het zichzelf beschouwen als een uniek, superieur persoon, die alleen begrepen kan worden door anderen die dezelfde ingebeelde status bezitten;
  • de overtuiging recht te hebben op bepaalde privileges;
  • manipulatief gedrag;
  • een gebrek aan inlevingsvermogen (empathisch vermogen);
  • jaloezie en de waan dat anderen jaloers zijn op hem, wat kan leiden tot paranoia.

Er wordt vaak gesproken over de openlijke narcist, maar er is een tweede type: de verborgen narcist. Deze houdt de grootheidswaan meer voor zichzelf en is dus moeilijker te herkennen.

Gevolgen

Narcisten doen zich belangrijker voor dan ze zijn of dan nodig is. Onbewust hebben ze dit gedrag ontwikkeld om een gebrek aan eigenwaarde te verbergen, niet alleen voor anderen maar ook voor zichzelf. Dat wordt ook wel de narcistische paradox genoemd. Vaak is het zelfbeeld op jonge leeftijd al aan het wankelen gebracht.
Dit kwetsbaar zelfbeeld uit zich bij een narcist in:

  • egoïsme;
  • gebrek aan inlevingsvermogen;
  • afstoting van de mensen die dichtbij hem staan;

Een narcist vertrouwt zijn omgeving niet en gedraagt zich egoïstisch om zichzelf te beschermen. Hij voelt zich uniek, verheven maar ook onbegrepen door de omgeving. Hierdoor is hij nooit gemotiveerd (geweest) om zich in te leven in anderen. Met andere woorden: het empathisch vermogen is bij een narcist onderontwikkeld.

De sociale gevolgen
Het beeld dat een narcist van zichzelf heeft, botst met het beeld dat anderen van hem hebben. Dit zorgt voor veel frustratie en minachting in sociale relaties. Vooral langdurige relaties hebben hieronder te lijden, want een narcist is dominant en snel beledigd. In het begin kan het opgeblazen zelfvertrouwen mensen aantrekken, na een tijdje stoot het juist af.

Hoe behandel je narcisme?

Met cognitieve (gedrags-)therapie kunnen de symptomen van narcisme verminderen. Een psycholoog helpt inzicht te verkrijgen in de gedragspatronen en leert de bron van het kwetsbare zelfbeeld te herkennen. In behandeling kan de narcist leren eerlijk naar zichzelf en anderen te kijken en zichzelf te leren waarderen voor wie hij is. Zo kan hij ook leren meer empathisch te zijn naar anderen. Narcisme kan gepaard gaan met andere psychische aandoeningen zoals angststoornissen en depressies. Soms kan behandeling met medicatie nodig zijn.