3. Oorzaken en gevolgen van PTSS

Oorzaken PTSS

In veel gevallen wordt PTSS veroorzaakt door het meemaken van een (ernstige) traumatische ervaring. Hierbij kun je denken aan verkrachting, mishandeling, ongelukken of oorlogservaringen. Maar niet iedereen die een dergelijke traumatische gebeurtenis ervaart, ontwikkelt PTSS. Waarom dit zo is, is niet eenduidig te verklaren. Behalve het ervaren van een schokkende gebeurtenis, spelen diverse factoren een rol bij het ontwikkelen van PTSS:

  • Jouw persoonlijke karaktereigenschappen, zoals temperament of sociale vaardigheden;
  • De manier waarop je op jouw eigen wijze met moeilijke situaties omgaat (coping); 
  • Aanleg en erfelijkheid voor het ontwikkelen van angstklachten;
  • Eerder opgedane (negatief en/of positief) levenservaringen; 
  • Sociaal-emotionele steun die je na (een) nare ervaring vanuit je omgeving krijgt. Vooral bij kinderen kan de kans op het ontwikkelen van PTSS of andere psychotraumatische stoornis worden verminderd door het geven van steun, uitleg en correctie;

Gevolgen PTSS 

PTSS brengt verschillende grote gevolgen met zich mee. Zo ervaar je een slechtere kwaliteit van leven doordat je op verschillende manieren en momenten herinnerd wordt aan die nare gebeurtenis. Hierdoor kun je je verlamd gaan voelen, waardoor je met heel veel moeite je dagelijkse leven kunt leiden. Uiteindelijk zullen diverse gebieden in je leven hier ook onder gaan lijden, zoals je studie/werk, sociale contacten, relatie en gezin. Vooral bij kinderen is het belangrijk om hun gedrag in de gaten te houden en te blijven praten over de gebeurtenis om deze te verwerken.

Mogelijke geestelijke, sociale en emotionele gevolgen van PTSS:

  • Depressie;
  • Verhoogde prikkelbaarheid, lusteloosheid of andere stemmingsproblemen;
  • (Sociale) angst, waardoor je jezelf terugtrekt en sociale contacten vermijdt. Je kunt hierdoor geïsoleerd raken;
  • Het gevoel hebben niemand te kunnen vertrouwen, zelfs niet je eigen familie;
  • Intense angst of paniek;
  • Overmatige schrikreacties;
  • Hyperactiviteit;
  • Slapeloosheid en/of nachtmerries;
  • Vermijdingsreacties om gevoelens, gedachten en herbelevingen gekoppeld aan die nare gebeurtenis niet te hoeven ervaren;
  • Concentratieproblemen, vergeetachtig of dromerig zijn en daardoor slechter presteren op school/werk;
  • Problemen met sociaal contact door agressief gedrag;
  • Alcohol en/of drugsproblemen, verslavingsproblematiek;
  • Opvoedproblemen, problemen met het gezin.

Leestip:
Ik krijg het moeilijk uit mijn hoofd - Getuigenissen van kinderen, jongeren en ouders na een misdrijf of een plotseling overlijden’, door Ilse Vande Walle en Liselot Willems.