4. Gedragsstoornis

Het is heel normaal wanneer kinderen of jongeren zich tegen volwassenen verzetten. Ieder kind heeft wel eens een driftbui, liegt of wil wel eens niet luisteren. Maar als een kind dit gedrag langere tijd vertoond en dit ook een negatieve invloed heeft op het dagelijks functioneren, kan er sprake zijn van een gedragsstoornis.

Er is sprake van een gedragsstoornis wanneer er bij het kind een patroon is ontstaan van opstandig, agressief of asociaal gedrag waar anderen erg veel last van kunnen hebben. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld vijandigheid, prikkelbaarheid, stiekem gedrag of openlijke ongehoorzaamheid. Ook het kind zelf kan lijden onder zijn eigen gedrag. Het kan in de problemen komen op school, thuis of in andere sociale contacten.

De twee meest voorkomende gedragsstoornissen zijn ODD (oppositioneel-opstandig gedrag) en CD (anti-sociaal gedrag).

ODD

Kinderen en jongeren met ODD zijn enorm dwars en verzetten zich vaak tegen de leiding van volwassenen. Wanneer ze weigeren om iets te doen reageren ze vaak driftig en boos. Hun brutale gedrag zorgt vaak voor problemen thuis en op school. Ondanks de ‘grote mond’ zijn kinderen en jongeren met ODD vaak ongelukkig en weten ze niet goed hoe ze moeten reageren op vragen en verzoeken van anderen.

CD

Kinderen en jongeren met CD vertonen gedrag waarbij anderen geweld wordt aangedaan, bijvoorbeeld vechten, bedreigen of liegen. Ze houden zich niet aan regels of afspraken en worden vaak erg boos als ze gefrustreerd zijn. Voor de omgeving is het enorm lastig om met iemand om te gaan die last heeft van CD, aangezien er vaak ook agressief gedrag wordt vertoond. Therapie kan hier uitkomst bij bieden, voor zowel kinderen, jongeren als hun ouders.

Via individuele therapie en ouderbegeleiding kunnen de gedragsproblemen van je kind behandeld worden. Vaak wordt er eerst een psychologisch onderzoek uitgevoerd om de gedragsproblemen beter in kaart te brengen en na te gaan of er sprake is van een onderliggende ontwikkelingsstoornis. Bij gedragsstoornissen is de samenwerking met de ouders ook enorm belangrijk. Ook het inzetten van extra opvoedondersteuning kan hier een onderdeel van zijn.