3. Oorzaak angststoornis

Of je als kind, jongere of volwassene een angststoornis ontwikkelt, hangt af van een samenspel van beschermende factoren en risicofactoren. Deze factoren kunnen te maken hebben met persoonlijke kenmerken en van de omgeving waarin je opgroeit. Er is dan ook niet één specifieke oorzaak van een angststoornis aan te wijzen.

Erfelijkheid en persoonlijkheidskenmerken

Het is waarschijnlijk dat angst voor een klein deel kan worden verklaard uit erfelijke factoren. Zo kunnen angstklachten in bepaalde families meer voorkomen dan in andere families, simpelweg omdat het in de genen zit. Als je ouders hebt met een angststoornis of een andere psychische stoornis, dan heb je zelf een grotere kans op het krijgen van een angststoornis. Vooral als je door erfelijke factoren extra kwetsbaar bent, kun je bepaalde gebeurtenissen eerder als stressvol ervaren en een angststoornis ontwikkelen na het ervaren van een ingrijpende levensgebeurtenis.

Bepaalde persoonlijkheidskenmerken - die ook tot op zekere hoogte erfelijk zijn - spelen een rol in de ontwikkeling van een angststoornis. Hierbij kun je denken aan iemands temperament of sociale vaardigheden. 

Onveilige gehechtheid en overbeschermende opvoeding

Wanneer er geen sprake is van een veilige en intense band tussen een kind en ouder(s), kun je je als kind niet optimaal ontwikkelen op emotioneel gebied. Je kunt je hierdoor mogelijk onveilig en angstig voelen in de omgeving waarin je opgroeit.

Wanneer je tevens als kind, overigens op grond van goede bedoelingen, tegen alle ongemakken en risico’s wordt beschermd, ontwikkel je zelf niet de vaardigheden om problemen aan te pakken en jezelf tegen risico’s te beschermen. Bovendien ‘leer’ je van overbeschermende ouders dat het gevaar overal is en dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn. Dit is een mogelijke voedingsbodem en oorzaak voor het ontstaan van een angststoornis.

Cognitieve informatieverwerking en levenservaringen

Hierbij gaat het om de manier waarop je de signalen uit je omgeving interpreteert en waardeert. Als je op een vertekende manier informatie verwerkt, dan kun je normale verschijnselen als gevaarlijk of bedreigend interpreteren. Het probleem is dus dat je het gevaar overschat. Voorbeelden hiervan zijn als iemand je een hand wil geven, maar jij denkt dat die persoon met je wilt vechten. Of als je ervan uit gaat dat iemand die aardig is, per definitie boze bedoelingen heeft. Als je levenservaringen hebt (gehad) die je als bedreigend ervaart, dan is de kans reëel dat je angstiger in het leven komt te staan en een angststoornis ontwikkelt.