8. Agorafobie

Als je last hebt van agorafobie, dan ben je bang om jouw veilige, vertrouwde omgeving te verlaten. Je voelt veel angst op openbare plekken, bijvoorbeeld in de supermarkt, in de trein of op straat. Je bent bang dat je daar niet kan ontsnappen of niet wordt geholpen als je in paniek zou raken. Ook kun je bang zijn dat daar iets gebeurt waarvoor je je schaamt, zoals overgeven of vallen. Deze plekken ga je liever uit de weg of je komt er alleen met enorme spanning. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het kan zich al in de kindertijd ontwikkelen, maar meestal komt het pas in de volwassenheid opzetten.

Agorafobie en paniekaanvallen

Ongeveer 50% van de mensen met agorafobie heeft een paniekaanval voorafgaand aan het krijgen van de stoornis. Dat kan tot stand komen door een nare ervaring in een drukke, semi-gesloten ruimte, zoals een wachtkamer of restaurant. Je krijgt het gevoel dat je geen kant op kunt. Er komen angstsymptomen opzetten: warmte, trillen, zweten en hartkloppingen. Je schrikt van deze reacties en bent bang dat er iets ergs met je lichaam gebeurt of dat anderen je angst kunnen zien. Hierdoor nemen de angstsymptomen toe. Zo’n angstaanval wordt vaak omschreven als ware doodsangst. Je raakt in paniek. De hersenen onthouden zo’n heftige gebeurtenis. Ze leggen een link tussen de plek of situatie waar de paniekaanval plaatsvond en het alarmsignaal ‘gevaar!’. Hierdoor gaan de alarmbellen in de volgende plek of situatie die aan de paniekaanval doet denken, meteen rinkelen. De angst lijkt uit zichzelf op te komen zetten.

Agorafobie komt regelmatig voor in combinatie met paniekaanvallen en/of paniekstoornis. Lees hier meer over de paniekstoornis.

Kenmerken van agorafobie

Als je agorafobie hebt, dan ben je al langer dan een half jaar bijna altijd bang voor ten minste twee van de volgende bepaalde situaties of openbare ruimten:

  • Reizen met de auto of openbaar vervoer (bus, trein, boot of het vliegtuig);
  • Op een open plaats zijn, zoals een plein, parkeerplaats of brug;
  • Op een afgesloten plaats zijn, zoals een winkel, theater, bioscoop of vergaderzaal;
  • In de rij of een menigte staan., bijvoorbeeld een rij voor de kassa in de supermarkt of een menigte in het winkelcentrum;
  • Alleen je huis verlaten. Je komt niet meer buiten of alleen samen met iemand anders.

Je bent bang voor deze bepaalde situaties, omdat je denkt dat je niet kan ontsnappen of hulp kan inschakelen als dit nodig zou zijn. De angst heeft te maken met ten minste één van onderstaande onderwerpen:

  • Angst om paniekgevoelens te krijgen, zoals hartkloppingen, het gevoel dat je stikt, zweten of duizeligheid. Je bent bang om dan de controle te verliezen of je schaamt je voor deze angstsymptomen;
  • Angst om andere symptomen te krijgen die je een hulpeloos of beschaamd gevoel geven. Bijvoorbeeld in je broek plassen, overgeven, winderigheid, vallen, of een gevoel van verdwaald zijn.

Je gaat met deze situaties om op ten minste één van de volgende manieren:

  • Je vermijdt de situaties waar je bang voor bent;
  • De situaties zoek je nog wel op, maar alleen als je iemand die je vertrouwt kan meenemen;
  • Je zoekt de situaties nog wel op, maar doorstaat ze met veel angst.

Oorzaken van agorafobie

De precieze oorzaak van agorafobie is onbekend. Niet iedereen die weleens een paniekaanval heeft, krijgt ook agorafobie. Er zijn verschillende risicofactoren die de kans op het ontwikkelen van de stoornis vergroten. Agorafobie is voor grotendeels erfelijk. Daarnaast spelen omgevingsfactoren een rol. Je krijgt sneller agorafobie als je als kind negatieve dingen meemaakte, zoals een scheiding of het overlijden van een familielid. Stressvolle gebeurtenissen op latere leeftijd, zoals beroofd of aangevallen worden, kunnen ook invloed hebben. Verder heb je een grotere kans op agorafobie als je ouders een niet zo warme of te beschermende manier van opvoeden hadden. Tot slot maakt het uit wat voor karakter je hebt. Angstgevoelige mensen die veel negatieve emoties hebben en erg beheerst zijn, lopen een groter risico.

Wat zijn de gevolgen van agorafobie?

Het is niet niks om agorafobie te hebben. Het grootste gevolg is dat veel mensen met deze stoornis niet meer op bepaalde plekken komen. Vermijden lijkt misschien een makkelijke oplossing, maar het tegendeel is waar. Je sociale leven, zelfvertrouwen, lichaam en psyche lijden eronder. Als je minder leuke dingen doet, zoals naar een bioscoop of concert gaan, kun je minder genieten van het leven. Je kunt je eenzaam gaan voelen als je minder vrienden buiten de deur ziet. Als je dagelijkse dingen zoals de boodschappen niet meer doet, kun je afhankelijk van anderen worden. Dat kan dan weer druk leggen op je relaties. Als je niet meer naar je werk of studie durft, lukt het soms niet om hiermee door te gaan. Al met al kun je je flink somber gaan voelen door al die vermijding. Het zorgt voor schaamte en frustratie. Ook kun je lichamelijke klachten krijgen, zoals hoofdpijn of chronische vermoeidheid. Zoek dus altijd hulp voor je klachten, want je kan er goed mee geholpen worden!

Behandeling

Agorafobie is goed te behandelen. Tijdens de intake wordt er gekeken welke therapie jou het beste kan helpen. Dit hangt af van hoe jouw klachten er precies uitzien en wat jij graag wil bereiken met de behandeling. In veel gevallen wordt er gebruikgemaakt van cognitieve gedragstherapie. Lees hier over de verschillende behandelmogelijkheden bij angststoornissen.